Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoek van verzoekster, met bijlagen;
- het verweer van verweerder;
- de schriftelijke reactie van verzoekster, met bijlage;
- de schriftelijke reactie van verweerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een pgb-zorgverlener die minder dan vier dagen per week werkt, meldde zich ziek en ontving zes weken loon doorbetaald. Zij vordert 104 weken loondoorbetaling, stellende dat de verkorte loondoorbetaling indirecte discriminatie op grond van geslacht inhoudt en strijdig is met Europees recht.
Verweerder betwist dit en stelt dat verzoekster waarschijnlijk recht heeft op een Ziektewetuitkering, waardoor de verkorte loondoorbetaling geldig is. Partijen hebben gezamenlijk de kantonrechter gevraagd om een oordeel over de mogelijke indirecte discriminatie en de toepasselijkheid van de hoofdregel van 104 weken loondoorbetaling.
De kantonrechter oordeelt dat partijen onvoldoende belang hebben bij beantwoording van de vragen zolang verzoekster nog geen beslissing van UWV op haar Ziektewetuitkeringsaanvraag heeft. De procedure wordt aangehouden om verzoekster de gelegenheid te geven deze uitkering aan te vragen en de gevolgen daarvan te laten beoordelen.
De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 maart 2023 leidde tot een wetsvoorstel dat pgb-zorgverleners dezelfde rechten moet geven als reguliere werknemers, met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. Dit wetsvoorstel is echter nog niet in werking, waardoor de oude regeling voorlopig geldt.
De kantonrechter bepaalt dat verzoekster waarschijnlijk een goed vangnet heeft via de Ziektewet en dat de procedure daarom wordt aangehouden totdat UWV een beslissing neemt.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden om verzoekster de gelegenheid te geven een Ziektewetuitkering aan te vragen en de gevolgen daarvan te beoordelen.