Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1],2. [gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 10;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- Proboca het door de overdracht van [perceel 2] aan [vorige bewoners] mogelijk heeft gemaakt dat zij een nieuwe uitweg kregen (via de [straatnaam 2]), die er ook is gekomen;
- de afstand of reistijd vanaf het perceel van [gedaagden] naar de [straatnaam 2] (nagenoeg) gelijk is aan die naar de [straatnaam 1];
- [gedaagden] in 2019 een extra erfdienstbaarheid via de grond van de gemeente naar de [straatnaam 1] geregeld hebben, waarmee zij te kennen hebben gegeven dat zij geen belang (meer) hechten aan de erfdienstbaarheid. [gedaagden] hebben nu drie uitwegen – twee via de [straatnaam 1] en een via de [straatnaam 2] – zodat die via het perceel van [eiser] kan komen te vervallen;
- opheffing van de erfdienstbaarheid niet tot gevolg heeft dat [gedaagden] een deel van hun eigen terrein zullen moeten gebruiken als oprit en een deel van hun tuin hoeven te missen; daarvoor was nu juist de verkoop van [perceel 2] gerealiseerd;
- [gedaagden] ook gebruikmaken van de uitwegen naar de [straatnaam 2] en die via de gemeentegrond en daarmee te kennen geven geen belang meer te hechten aan de uitweg via het perceel van [eiser];
- [eiser] belemmerd wordt in de mogelijkheid om op de plaats van de strook grond waarop het recht van erfdienstbaarheid is gevestigd een garage of een uitbreiding van zijn woning te bouwen.
[adres]en het dorp aan de kant van de [straatnaam 1] ligt. De door [eiser] genoemde alternatieven zijn geen reële alternatieven. De uitweg naar de [straatnaam 1] via de gemeentegrond loopt tot de achterkant van de grote achtertuin van [gedaagden], dus niet tot hun woning. Dit pad is bovendien niet hun eigendom; er geldt een (overigens niet nieuwe) erfdienstbaarheid die door de gemeente kan worden opgezegd. Die geeft op lange termijn dus geen zekerheid op toegang naar de [straatnaam 1]. [eiser] suggereert ten onrechte dat sprake is van een uitweg via de [straatnaam 2]. [perceel 2] is niet ingericht – en niet bestemd geweest – als uitrit naar de [straatnaam 2] en wordt daarvoor ook niet gebruikt. Het betreft grasland en is onderdeel van de tuin van [gedaagden] Daarvoor bestaat ook geen uitwegvergunning. Het perceel is door de ondergrondse wateropslag in het verleden bovendien niet geschikt om zo overheen te rijden. Deze groenstrook loopt ook niet naar de [straatnaam 1]. Vanaf de [straatnaam 2] moet je via de [straatnaam 3], wat een best grote en (voor de kinderen) gevaarlijkere weg is, omrijden naar de [straatnaam 1] om bij het dorp te komen. Daarnaast is de afstand tot de openbare weg via de door [eiser] aangedragen alternatieven aanzienlijk langer. [gedaagden] betwisten de door [eiser] gestelde afspraak tussen Proboca en [vorige bewoners] Mocht die al gemaakt zijn, regardeert dit [gedaagden] niet. Zij zijn geen partij bij deze overeenkomst en die heeft geen zakelijke werking. Van misbruik van recht is geen sprake. De belangen van [gedaagden] bij handhaving van de situatie zijn aanzienlijk. Als [gedaagden] van [perceel 2] hun uitrit moeten maken, moeten zij allerlei zaken regelen, wat veel tijd, geld en energie kost. Dat kan niet van hen worden gevergd. Daar staat tegenover dat [eiser] zijn bouwplannen niet kan realiseren, omdat in de strook grond waarop het recht van uitweg rust diverse leidingen van de woning van [gedaagden] liggen.
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)