ECLI:NL:RBROT:2025:9527
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing van transitievergoeding en achterstallig loon in arbeidszaak
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 5 augustus 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift van een werkneemster tegen haar werkgever. De werkneemster, die van 1 november 2023 tot 1 februari 2025 in dienst was bij de werkgever, verzocht om betaling van achterstallig loon over de maanden november 2024 tot en met januari 2025, alsook om een transitievergoeding. De werkgever is niet verschenen op de zittingen en heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de werkneemster.
De kantonrechter heeft het verzoek van de werkneemster toegewezen, waarbij de transitievergoeding is vastgesteld op € 751,47 bruto. Daarnaast is de werkgever veroordeeld tot betaling van € 6.096,66 bruto aan achterstallig loon, met een wettelijke verhoging van 50% zoals bedoeld in artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek. De kantonrechter heeft ook bepaald dat de werkgever een bruto-netto specificatie moet verstrekken van de bedragen, met een dwangsom van € 50,00 per dag voor elke dag dat de werkgever nalaat dit te doen, tot een maximum van € 2.500,00.
Verder is de werkgever veroordeeld tot betaling van € 1.049,36 aan incassokosten en de wettelijke rente over de toegewezen bedragen. De proceskosten aan de kant van de werkneemster zijn begroot op € 768,00, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de uitspraak. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de veroordelingen direct afgedwongen kunnen worden, ook als de zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd.