ECLI:NL:RBROT:2025:8346
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, die telkens werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigden. Na een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerde het UWV opnieuw dat de medische situatie van eiser, hoewel verslechterd, geen nieuwe feiten bevat die relevant zijn voor de periode rond zijn achttiende verjaardag.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen groter zijn dan erkend, met verwijzing naar een brief van een neuroloog die nieuwe inzichten zou bieden. De rechtbank oordeelde echter dat deze medische informatie betrekking heeft op de huidige situatie, die buiten de verzekerde periode valt, en dat er geen objectieve feiten zijn die een verslechtering binnen de relevante periode aantonen.
De rechtbank bevestigde dat het UWV terecht het verzoek om herziening heeft afgewezen op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard.