Eiseres exploiteert een café dat door de burgemeester voor zes maanden is gesloten op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet vanwege handel in verdovende middelen. De politie trof tijdens een instap in juni 2024 aanzienlijke hoeveelheden drugs aan in het café en bij bezoekers. De burgemeester had eerder de exploitatievergunning ingetrokken en het café gesloten.
Eiseres voerde aan dat de sluiting onevenredig was omdat zij financieel zou worden getroffen en het café de sluiting niet zou overleven. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester de financiële situatie van eiseres voldoende heeft meegewogen en dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de sluiting tot faillissement zou leiden. Ook is vastgesteld dat de eigenaren verwijtbaar hebben gehandeld door onvoldoende toezicht te houden op werknemers met antecedenten.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot sluiting rechtmatig en evenredig is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De burgemeester heeft verklaard de resterende duur van de sluiting na uitspraak niet meer te effectueren.