ECLI:NL:RBROT:2024:10771
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens drugshandel
Verzoekster exploiteert een café waar handel in hard- en softdrugs is vastgesteld. De burgemeester sloot het café voor zes maanden op grond van de Opiumwet. Na een eerdere voorlopige voorziening die het café heropende, handhaafde de burgemeester de sluiting in het besluit op bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester niet alle omstandigheden, zoals het ontbreken van antecedenten bij de eigenaren en het ontslag van betrokken medewerkers, heeft meegewogen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat sinds heropening geen nieuwe problemen zijn gemeld en dat de eigenaren beter toezicht houden. De financiële situatie van verzoekster maakt een sluiting van maximaal twee maanden nog overbrugbaar. Gezien deze belangenafweging wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en het besluit op bezwaar geschorst.
De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de sluiting van het café tot uitspraak in het beroep en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.