Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 20 augustus 2024;
- het bericht van de man van 16 januari 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 5 februari 2025;
- het bericht van de vrouw met bijlagen van 13 februari 2025;
- het bericht van de man met bijlage van 17 februari 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
primairverzoekt voor recht te verklaren dat zij geen vervangende toestemming nodig heeft om met de minderjarige naar [plaats] te verhuizen en
subsidiairverzoekt haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige naar [plaats] te verhuizen.
Bij een voorgenomen verhuizing zullen de ouders vooraf met elkaar in overleg treden. Vader en moeder vinden het beiden belangrijk dat de afstand in dat geval zodanig is, dat dit geen afbreuk doet aan het recht van [voornaam minderjarige] op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door haar vader en moeder. Vader en moeder denken daarbij aan een afstand van rond de 50 kilometer.’
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding en doordachtheid van de verhuizing;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg;
- de leeftijd van de minderjarige, haar mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in haar omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.