Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde gekwalificeerde opzetverkrachting en de onder 2 ten laste gelegde gekwalificeerde opzetaanranding;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van voorarrest;
- oplegging van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contactverbod met de aangeefster [slachtoffer] , te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 week per overtreding van de maatregel met een maximum van 6 maanden, voor een periode van 3 jaar, waarbij deze maatregel dadelijk uitvoerbaar moet worden verklaard.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 jaren;
€ 12.000.- (zegge: twaalfduizend euro), bestaande uit € 2.000,- aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 12.000,-(hoofdsom,
zegge: twaalfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 augustus 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 12.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
95 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;