ECLI:NL:RBROT:2025:14934
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om inzage in persoonsgegevens in de FSV, beroep ongegrond
In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 12 december 2025, wordt het verzoek van eiser om inzage in zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de systemen van de Belastingdienst behandeld. Eiser is het niet eens met het besluit van de minister van Financiën, die volgens hem ten onrechte geen volledige inzage heeft gegeven in zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en andere systemen van de Belastingdienst. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is.
De minister had op 26 september 2023 het verzoek van eiser om inzage in zijn persoonsgegevens toegewezen, maar had niet de naam van de overheidsinstantie die de gegevens had opgevraagd verstrekt. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, wat leidde tot een bestreden besluit op 16 november 2023, waarin de minister zijn standpunt handhaafde. De rechtbank heeft de zaak op 21 mei 2025 behandeld en na heropening van het onderzoek heeft de minister aanvullende informatie overgelegd.
De rechtbank concludeert dat de minister aan de inzageverplichting heeft voldaan door eiser een overzicht van zijn persoonsgegevens in de FSV te geven. De rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht was om de naam van de overheidsorganisatie die de gegevens had opgevraagd te verstrekken, omdat deze informatie niet onder het toepassingsbereik van de AVG valt. De rechtbank wijst erop dat de minister ook een zoekslag heeft verricht in andere systemen van de Belastingdienst en dat hij hiermee aan de inzageverplichting heeft voldaan. De beroepsgronden van eiser worden verworpen, en het beroep wordt ongegrond verklaard.