Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 18 december 2023 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende.
“
Datum en tijdstip van de bevinding: 12 december 2023, omstreeks 10:40 uur.
In het bedrijf aangesproken en in mijn functie bekend bij: [naam] , functie: vestigingsmanager.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij, omstreeks 10:40 uur, in één van de karkassenkoelcellen van het slachthuis. In deze koelcel hangen biggenkarkassen welke bestemd zijn voor humane consumptie, herkenbaar aan het EG-merk op de karkassen. Ik zag dat er in sterke mate condensdruppels aanwezig waren onder de verdamper in deze koelcel, boven de karkassen. Ik zag vervolgens dat er van de verdamper boven de karkassen condensdruppels naar beneden vielen, op de goedgekeurde karkassen. Bovendien was op deze verdamper schimmelvorming zichtbaar aanwezig (zie foto 1, 2 en 3).
Op aanwijzen van de toezichthouder is de condens verwijderd, zijn de biggen geflambeerd en is de ruimte onder de beschimmelde verdamper geblokkeerd.
Condens vanaf een oppervlak kan karkassen verontreinigen. Condens kan potentieel Listeria spp. of andere ziekteverwekkers bevatten.
Ik zag dat de vorming van condens op oppervlakken niet werd voorkomen.
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met het bepaalde in bijlage II, hoofdstuk I, punt 2b van Verordening (EG) 852/2004 juncto artikel 4 lid 2 van deze verordening, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 2.4 lid 1 onder C van de Regeling dierlijke producten juncto artikel 6.2 lid 1 van de Wetdieren.
Ik zag dat er condens op goedgekeurde karkassen viel. Hierdoor zag ik dat levensmiddelen niet in alle stadia van de verwerking werden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd.
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met het bepaalde in bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3 van Verordening (EG) 852/2004 juncto artikel 4 lid 2 van deze verordening, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 2.4 lid 1 onder C van de Regeling dierlijke producten juncto artikel 6.2 lid 1 van de Wet dieren.
[…]
Ik bracht [naam] , als vestigingsmanager van [eiseres] , van mijn bevindingen op de hoogte en zegde ter zake een rapport van bevindingen aan. Dit is bevestigd per e-mail (zie aanzegging per e-mail).”