Op 16 december 2020 constateerde een toezichthouder van de NVWA dat condensdruppels vielen op varkenskarkassen die bestemd waren voor humane consumptie. De minister legde daarop een boete van €5.000 op wegens overtreding van de Wet dieren en de Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne. De rechtbank Rotterdam mat de boete tot €4.750 en oordeelde dat de overtreding bestond.
In hoger beroep voerde [naam 1] aan dat de condensdruppels geen gevaar voor de volksgezondheid vormden, onderbouwd met een onderzoek van februari 2021. Het College oordeelde echter dat het onderzoek niet representatief was voor de situatie op de inspectiedatum en dat de minister terecht uitging van het rapport van bevindingen van de toezichthouder. De aanwezigheid van condensdruppels op vlees betekent dat het vlees niet tegen iedere vorm van verontreiniging was beschermd.
Verder stelde [naam 1] dat er sprake was van een incidentele lekkage en dat flamberen van het vlees voldoende bescherming bood. Het College verwierp dit omdat flamberen slechts een herstelmaatregel is en geen preventieve bescherming. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat het om een onvoorzien incident ging, gezien eerdere constateringen in 2020.
De redelijke termijn voor de procedure was nog niet overschreden. Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank en handhaafde het boetebedrag van €4.750. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.