In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 17 november 2025, wordt het beroep van eiseres, de staatssecretaris van Participatie en Integratie, behandeld. Eiseres had een lening van € 6.450,- ontvangen voor haar inburgeringstraject, maar de staatssecretaris had eerder besloten dat deze lening terugbetaald moest worden. Echter, op 8 september 2025 heeft de staatssecretaris een nieuw besluit genomen waarin de terugbetalingsverplichting is komen te vervallen, waarmee volledig tegemoet is gekomen aan het beroep van eiseres. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep, aangezien er geen geschil meer is over het besluit van de staatssecretaris. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft daarnaast een verzoek ingediend voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de procedure, na aftrek van een prejudiciële procedure, in totaal 4 jaar en 6 maanden heeft geduurd, wat 2 jaar en 6 maanden langer is dan de redelijke termijn van 2 jaar. Eiseres heeft recht op een schadevergoeding van € 2.500,-, waarbij de staatssecretaris en de Staat der Nederlanden naar evenredigheid moeten vergoeden. De rechtbank bepaalt verder dat de staatssecretaris het griffierecht van € 50,- en de proceskosten van € 1.814,- aan eiseres moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, en is openbaar uitgesproken op 17 november 2025.