ECLI:NL:RBROT:2025:13195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer na weigering alcoholcontrole
Eiser is door het CBR verplicht gesteld tot het volgen van een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) nadat hij weigerde mee te werken aan een alcoholcontrole. Dit volgde op een politieonderzoek waarbij eiser werd verdacht van het verlaten van de plaats van een ongeval en het rijden onder invloed van alcohol en mogelijk drugs.
Eiser betwistte de oplegging en voerde aan dat het CBR niet bevoegd was en dat er onvoldoende bewijs was voor zijn betrokkenheid als bestuurder. De rechtbank oordeelde dat het CBR in bestuursrechtelijke zin mocht uitgaan van de juistheid van de door de politie opgemaakte processen-verbaal, ook zonder wettig en overtuigend bewijs zoals in strafrechtelijke procedures vereist.
De rechtbank stelde vast dat de politie voldoende aanwijzingen had, waaronder een getuigenverklaring, de aanwezigheid van cocaïne bij eiser, en zijn fysieke toestand. Eiser gaf geen plausibele verklaring over de bestuurder. Ook het argument dat het dragen van een gipsschoen het rijden onmogelijk maakte, werd niet overtuigend geacht.
Daarom mocht het CBR de EMA opleggen en bleef het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.