ECLI:NL:RBROT:2025:1201
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde woning Dordrecht niet te hoog vastgesteld ondanks schending Awb
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Dordrecht, vastgesteld op €370.000,- per 1 januari 2022, en stelt dat de waarde te hoog is. Hij voert aan dat de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken, met name het indexeringspercentage, heeft overgelegd, wat in strijd is met artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar inderdaad het indexeringspercentage niet heeft overgelegd, wat een schending van artikel 8:42 Awb Pro betekent. Desondanks ziet de rechtbank geen aanleiding om hieraan gevolgen te verbinden, omdat de overige overgelegde stukken voldoende inzicht bieden in de waardebepaling en eiser niet in zijn belangen is geschaad.
Verder betoogt eiser dat de waardering ten onrechte geen onderscheid maakt tussen objectonderdelen en hoofdgebouw en dat de grondwaarde onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank stelt dat de gehanteerde waarderingsmethode, gebaseerd op vergelijkingsobjecten, adequaat is en dat de grondwaarde op redelijke wijze is bepaald.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €370.000,- wordt ongegrond verklaard.