ECLI:NL:RBROT:2025:10736
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen hoogte dwangsom wegens niet tijdig beslissen Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het verzet van opposante tegen de hoogte van een door de rechtbank opgelegde dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag om aanvullende compensatie in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen.
Opposante betoogt dat de dwangsom te laag is, verwijzend naar uitspraken van andere rechtbanken die hogere dwangsommen hanteren en stelt dat dit leidt tot ongelijk behandeling en schending van het gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheid. De rechtbank oordeelt dat het vaststellen van de hoogte van de dwangsom een discretionaire bevoegdheid is en dat de gehanteerde hoogte in lijn is met eerdere eigen uitspraken en niet in strijd is met rechtsbeginselen.
De rechtbank benadrukt dat zij de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Het verzet wordt gezien als een verkapt hoger beroep, waarvoor de verzetprocedure niet is bedoeld. Nieuwe ontwikkelingen na de uitspraak, zoals een uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de hoogte van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.