ECLI:NL:RBROT:2025:10293
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, nadat een eerdere aanvraag en bezwaar waren afgewezen en het beroep was ingetrokken, waardoor het eerdere besluit in rechte vaststaat.
Het UWV heeft het verzoek om herziening afgewezen op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het eerdere besluit rechtvaardigen om te wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de medische situatie van eiser niet wezenlijk is veranderd.
Eiser stelde dat er wel nieuwe feiten zijn, zoals mentale retardatie en ernstig verminderd psychisch functioneren, die niet eerder waren meegenomen. De rechtbank oordeelt echter dat deze feiten niet nieuw zijn of niet betrekking hebben op de verzekerde periode en dat het onderzoek zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd.
De rechtbank wijst het beroep af, bevestigt dat het UWV terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen en dat eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.