ECLI:NL:RBROT:2024:8108
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
De burgemeester van Rotterdam heeft besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege overtreding van de Opiumwet, nadat in de woning 1,5 gram amfetamine werd aangetroffen en er meerdere meldingen waren van drugshandel en overlast. Verzoeker, huurder van de woning, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek en concludeerde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De aangetroffen hoeveelheid drugs was groter dan voor eigen gebruik en meldingen en observaties van politie en verslaafden ondersteunden het vermoeden van handel vanuit de woning. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de drugs uitsluitend voor eigen gebruik waren.
De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester terecht had geoordeeld dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde, mede vanwege de ligging in een kwetsbare wijk met een geschiedenis van drugsoverlast. De belangenafweging wees uit dat de nadelige gevolgen voor verzoeker, zoals mogelijke dakloosheid, niet zwaarder wogen dan het algemeen belang. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en mocht de woning worden gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.