ECLI:NL:RBROT:2024:7296
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en proceskosten wegens ontbreken noodzakelijke gegevens
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuis-, stofferings- en inrichtingskosten en voor proceskosten die voortvloeiden uit een ontruimingsprocedure. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde de aanvragen voor verhuis- en inrichtingskosten buiten behandeling omdat eiser niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde aanvullende documenten en bewijsstukken aanleverde, ondanks meerdere verzoeken en verlengingen.
De rechtbank oordeelt dat het college eiser voldoende gelegenheid heeft geboden om de noodzakelijke gegevens te verstrekken en dat het college terecht de aanvragen buiten behandeling heeft gesteld op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Voor de aanvraag bijzondere bijstand voor proceskosten oordeelt de rechtbank dat deze aanvraag terecht is afgewezen omdat het gaat om een schuldenlast waarvoor op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet geen bijzondere bijstand wordt verleend, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn, wat hier niet het geval is.
Eiser voerde aan dat de aanvraag wel degelijk in behandeling had moeten worden genomen en dat de afwijzing onterecht was, maar de rechtbank volgt dit niet. De beroepen worden ongegrond verklaard, eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter D. Haan op 14 augustus 2024.
Uitkomst: De beroepen tegen het buiten behandeling stellen van aanvragen bijzondere bijstand en de afwijzing van bijzondere bijstand voor proceskosten worden ongegrond verklaard.