ECLI:NL:RBROT:2024:6872
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek incassokosten na betaling dwangsommen in WOZ-zaken
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de weigering van verweerder om incassokosten te vergoeden na het niet tijdig betalen van dwangsommen in verband met WOZ-beschikkingen en lokale heffingen over de jaren 2021 en 2022.
Verweerder had de waarde van de woning van eiser vastgesteld en aanslagen opgelegd, waarna bezwaren werden ingediend. De bezwaren werden gegrond verklaard en de aanslagen verlaagd. Verweerder kende dwangsommen toe wegens het niet tijdig beslissen op bezwaren, maar betaalde deze pas op 29 juni 2023, na meerdere verzoeken van eiser. Eiser vorderde daarnaast vergoeding van incassokosten en wettelijke rente.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om incassokosten moet worden gezien als een verzoek om schadevergoeding. Volgens het Burgerlijk Wetboek bestaat schadevergoeding bij vertraging in betaling uit wettelijke rente, die alle schade dekt. Omdat verweerder de dwangsommen binnen de wettelijke termijn betaalde, was geen sprake van verzuim en dus geen recht op extra vergoeding. De reeds betaalde aanmaningskosten werden als coulance beschouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vergoeding van incassokosten, proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat verweerder geen incassokosten of wettelijke rente verschuldigd is.