ECLI:NL:RBROT:2024:6321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming college
Verzoekster was belanghebbende bij een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam tot afwijzing van een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (PGB) vanwege het niet voldoen aan kwaliteitseisen. Na bezwaar van de ouders van de cliënt en een melding van verzoekster als belanghebbende, heeft het college op 25 juni 2024 schriftelijk laten weten dat verzoekster nu voldoet aan de kwaliteitseisen en geschikt is om zorg te leveren.
Hierdoor heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening op 27 juni 2024 ingetrokken en verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college stelde zich op het standpunt dat het ingetrokken verzoek niet connex was aan het oorspronkelijke besluit, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het college met de tegemoetkoming aan verzoekster heeft voldaan aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het college tot betaling van € 875,- aan verzoekster, bestaande uit de kosten van de proceshandeling van haar gemachtigde. Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat verzoekster het betaalde griffierecht van € 371,- bij het college kan claimen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan verzoekster wegens proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.