ECLI:NL:RBROT:2024:2556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer door CBR
Het CBR legde op 12 december 2022 aan eiser een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op na een melding van de politie dat eiser op 12 november 2022 onder invloed van alcohol een auto bestuurde met een gemeten alcoholgehalte van 510 µg/l. Eiser betwistte dat hij had gereden en voerde aan dat de bestuurder was weggereden en hij slechts aan de bestuurderskant stond om zijn telefoon te pakken. Tevens stelde hij dat de ademtest onjuist was afgenomen en dat hij geen rechtsbijstand kreeg.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht mocht uitgaan van de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal van de politie, waarin een verbalisant had waargenomen dat eiser de auto bestuurde. De verklaring van een getuige, opgesteld door een vriend die ook had gedronken, werd onvoldoende betrouwbaar geacht. Ook was er geen noodzaak voor het CBR om camerabeelden te overleggen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de ademanalyse correct was uitgevoerd met een geldig apparaat en dat de tijd tussen eerste contact en ademtest langer dan twintig minuten was. Eiser had afgezien van rechtsbijstand en tegenonderzoek, en zijn beweringen over betaling voor deze diensten werden door de politie ontkend.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het CBR de EMA terecht heeft opgelegd. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer is ongegrond verklaard.