Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
GEDRAGINGSGEGEVENS:
Rechtbank Rotterdam
Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 7 km/u, vastgesteld door een flitspaal op 13 oktober 2022. Betrokkene tekende beroep aan bij de officier van justitie en later bij de kantonrechter, waarbij hij betwistte dat hij te hard had gereden op basis van een eigen berekening van de afgelegde afstand tussen twee flitspaalfoto's.
De kantonrechter oordeelt dat de enkele visuele waarneming van betrokkene onvoldoende is om de juistheid van de meting door het goedgekeurde snelheidsmeetmiddel te betwijfelen. De intervaltijd tussen de foto's en de vastgestelde snelheid zijn onderdeel van de typekeuring en certificering van het meetinstrument. De overtreding staat daardoor voldoende vast.
De verhoging van de sanctie met € 25,50 is ten onrechte opgelegd en wordt teruggegeven aan betrokkene. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft van kracht, met teruggaaf van de onterecht opgelegde verhoging.