ECLI:NL:RBROT:2024:10518
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering met recidive
Eiseres ontvangt sinds 2017 een bijstandsuitkering en heeft in 2022 niet gemeld dat zij inkomsten uit arbeid en ontvangsten van derden op haar bankrekening had ontvangen. Verweerder legde haar daarop een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres stelde dat het om leningen ging en dat zij het bedrag van haar werkgever per abuis ontving en terugbetaalde, maar kon dit niet bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van een bijstandsontvanger in principe als middelen en inkomen worden beschouwd, ook als het leningen betreft. Eiseres had deze inkomsten moeten melden. Verweerder heeft rekening gehouden met de beperkte draagkracht van eiseres en de boete verlaagd. Daarnaast is sprake van recidive omdat eiseres eerder een boete kreeg voor het niet melden van een wijziging in haar woonsituatie.
De rechtbank concludeert dat de boete terecht is opgelegd en dat eiseres niet is geslaagd in haar betoog van verminderde verwijtbaarheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €1.067,04 wegens schending van de inlichtingenplicht.