ECLI:NL:RBROT:2023:9917
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
Eiser, een Syrische nationaliteitdragende vreemdeling met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, verzocht op 29 juli 2021 om naturalisatie. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Deze vermoedens waren gebaseerd op een openstaande strafzaak wegens verkrachting.
Na afwijzing van het bezwaar door verweerder bleef eiser in beroep gaan. Tijdens de procedure bleek dat eiser inmiddels veroordeeld was tot zes maanden gevangenisstraf voor verkrachting, hetgeen de ernstige vermoedens bevestigde. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig, onvoldoende gemotiveerd en onevenredig was, en dat verweerder onterecht niet had gewacht op de uitkomst van de strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beleid uit de Handleiding RWN toepaste, waarbij serieuze verdenkingen van een misdrijf waarop nog een sanctie kan volgen, leiden tot afwijzing. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van dit beleid noodzaakten. Ook was het niet onzorgvuldig dat verweerder niet op de strafzaak wachtte, mede omdat er geen duidelijkheid was over de zittingsdatum. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van het naturalisatieverzoek in stand bleef.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van het naturalisatieverzoek vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde.