Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen
[Eiseres], uit [plaats], eiseres (eiseres)
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB)
Inleiding
De totstandkoming van de besluiten
Beoordeling door de rechtbank
- i) het ontbreken van toestemming van een persoon die deel uitmaakt van het hoger leidinggevend personeel voor het aangaan of voortzetten van de relatie of het verrichten van de transactie (artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder b, sub 1°, van de Wwft) en
- ii) het niet nemen van passende maatregelen om de bron van het vermogen en de bij de zakelijke relatie of transactie gebruikte middelen vast te stellen (artikel 8, vijfde lid, aanhef en onder b, sub 2°, van de Wwft).
.
€ 100.000,- verminderd tot € 275.000,-. In bestreden besluit 2 noch ter zitting heeft DNB voldoende gemotiveerd toegelicht dat de aard en de ernst van de overgebleven overtredingen in redelijke verhouding staan tot de hoogte van de uiteindelijk opgelegde PEP-boete, mede bezien in het licht van de hoogte van de eerder opgelegde boete en het aantal toen aan eiseres verweten overtredingen. Zoals het CBb heeft overwogen in zijn uitspraak van 4 april 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:172) ligt het, wanneer het aantal overtredingen vermindert, in de rede dat de boete lager uitvalt. Die hoofdregel kent weliswaar uitzonderingen, zoals het schrappen van een overtreding waarvan de ernst sterk achter blijft bij de andere of een enkele overtreding uit een groot aantal, maar gesteld noch gebleken is dat zich hier een dergelijke uitzondering voordoet. Daarbij komt nog dat DNB de andere boete zeer fors (met 80%) heeft gematigd ten opzichte van de aanvankelijk opgelegde boete en niet duidelijk heeft toegelicht waarom de PEP-boete veel minder sterk is gematigd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving en beleidsregels
hoger leidinggevend personeel: