Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 12 juni 2023, met bijlagen;
- de akte van [gedaagde01] , met bijlagen;
- de mail van Maasdelta, met bijlagen;
- de pleitnota’s van beide partijen.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Maasdelta Groep (MDG) ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde01], nadat de burgemeester de woning drie maanden sloot vanwege de vondst van drugs. Maasdelta ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk en eist ontruiming. De kantonrechter erkent het spoedeisend belang van Maasdelta, maar wijst de ontruiming af omdat onvoldoende aannemelijk is dat de buitengerechtelijke ontbinding in een bodemprocedure stand zal houden.
De kantonrechter overweegt dat Maasdelta bevoegd was tot ontbinding op grond van de Opiumwet en het Burgerlijk Wetboek, maar dat ontbinding en ontruiming een ingrijpende maatregel zijn die proportioneel moeten zijn. De omstandigheden, waaronder het betwiste karakter van drugshandel vanuit de woning, de beperkte hoeveelheid drugs, de kwetsbaarheid van de huurder en mogelijke succes van bezwaar tegen de burgemeesterssluiting, maken het niet aannemelijk dat ontbinding gerechtvaardigd is.
Maasdelta voerde aan dat zij bij niet-ontbinding alsnog ontbinding in een bodemprocedure zal vorderen, maar ook daarvoor is onvoldoende aannemelijk dat aan de vereisten wordt voldaan. De kantonrechter veroordeelt Maasdelta tot betaling van de proceskosten en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De eis tot ontruiming wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is dat de buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig is of zal worden bevestigd.