Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[verzoekster01] ,
1..De procedure
2..De feiten
3..Het verzoek
“we no longer have confidence in each other, so there is no good basis anymore for further cooperation”.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster01], een wereldwijd opererende onderneming, en [verweerder01], die sinds 2007 in dienst was als Senior Project Manager. [verzoekster01] verzocht ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding, veroorzaakt door onder meer onbeschofte en confronterende gedragingen van [verweerder01].
[verweerder01] betwistte de verstoorde arbeidsverhouding en stelde dat het ontbindingsverzoek voortvloeit uit klokkenluidersgesprekken en dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door zonder grond een beëindigingsovereenkomst aan te bieden en hem per direct het pand te laten verlaten. Na mediation en verdere correspondentie werd geen oplossing bereikt.
De kantonrechter oordeelde dat het vertrouwen tussen partijen duurzaam is verstoord en herplaatsing niet mogelijk is. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2023 met inachtneming van de opzegtermijn. Er is geen verwijt aan [verweerder01], waardoor hij recht heeft op een transitievergoeding van €44.978,26 bruto. Daarnaast is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekster01], die [verweerder01] op onzorgvuldige wijze heeft geconfronteerd en het pand heeft doen verlaten, waardoor een billijke vergoeding van €100.000,- bruto wordt toegekend.
Voorts wordt [verweerder01] ontslagen uit het concurrentie- en relatiebeding, krijgt hij een bonus over 2022 en vakantietoeslag toegewezen, en wordt hij erkend in zijn recht op 268,86 vakantie-uren. De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster01].
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 augustus 2023 met toekenning van transitie- en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkgever.