Uitspraak
.
Startende onderneming?
Evenredigheid
7.Nadeelcompensatie
Evenredigheid van de terugvordering
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-1-regeling. De minister verleende een voorschot, maar stelde later de definitieve subsidie vast op nihil vanwege onvoldoende omzetverlies (minder dan 20%). Eiser voerde aan dat hij een startende onderneming was en daardoor een andere referentieperiode zou moeten gelden, wat tot een hoger omzetverlies zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen startende onderneming is, aangezien zijn onderneming al sinds 2013 geregistreerd staat en hij zijn KvK-nummer en loonheffingennummer heeft behouden. De uitbreiding en verhuizing van de onderneming leiden niet tot een nieuwe start. De minister heeft de referentieperiode daarom correct toegepast.
Eiser voerde ook aan dat het besluit onevenredig nadelig voor hem is en dat hij recht heeft op nadeelcompensatie. De rechtbank oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden en dat de NOW-1-regeling geen ruimte biedt voor andere schadevergoedingen. De terugvordering van het voorschot is gerechtvaardigd en evenredig.
Het beroep is ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de NOW-1 subsidie op nihil blijft in stand.