Partijen zijn gehuwd sinds 2013 en voeren een echtscheidingsprocedure met geschillen over de verdeling van de gemeenschap en bijdragen voor de kinderen. In een kort geding vorderen zij over en weer inzage en afgifte van diverse financiële bescheiden die relevant zijn voor de echtscheidingsprocedure.
De vrouw vordert onder meer documenten over het inkomen van de man en jaarrekeningen van zijn bedrijven, terwijl de man stukken over eigendom van een auto, bankrekeningen en salarisgegevens van de vrouw verlangt. De voorzieningenrechter beoordeelt de vorderingen aan de hand van artikel 843a Rv en het spoedeisend belang.
De rechter oordeelt dat veel gevorderde stukken reeds zijn overgelegd of niet voorhanden zijn, zoals een brief van de Belastingdienst. Andere vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende belang of omdat de stukken reeds beschikbaar zijn. De vorderingen worden derhalve afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.