ECLI:NL:RBROT:2023:3818
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken buitengerechtelijke schuldregeling
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelt of het minnelijk traject, een vereiste voor toelating, correct is doorlopen. Hoewel de schuldbemiddelingsinstantie FinaFit het aanbod heeft gedaan, beschikt deze niet over de vereiste bevoegdheid volgens artikel 48 van Pro de Wet op het Consumentenkrediet. De daadwerkelijke schuldbemiddelaar, [naam01] Bewindvoerders, is wel bevoegd en verklaart dat het minnelijk traject niet conform de wettelijke eisen is uitgevoerd en niet opnieuw is gestart.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker en zijn echtgenote in een situatie verkeren waarin zij niet kunnen voortgaan met betaling van hun schulden, mede door loonbeslag en oninbare schuldeisers. Verzoeker werkt fulltime en verwacht een vast contract, zijn echtgenote werkt parttime met uitzicht op uitbreiding en vast contract. Ondanks de omvangrijke belastingschulden, waarvan een deel betwist wordt, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en een saneringsgezinde houding toont.
Het verzoek om verkorting van de duur van de regeling wordt afgewezen, omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn met eerdere jurisprudentie en de belangen van schuldeisers en schuldenaar zorgvuldig moeten worden afgewogen. De rechtbank wijst de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe, benoemt een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek om verkorting van de regeling af.