ECLI:NL:RBROT:2023:2947
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Eiser heeft op 25 maart 2021 een verzoek om naturalisatie ingediend waarbij hij zich beroept op bewijsnood omdat hij geen geldig buitenlands reisdocument en geboorteakte kan overleggen. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert.
De rechtbank overweegt dat het aan de vreemdeling is om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en dat verweerder bevoegd is om bewijs te verlangen. De rechtbank stelt vast dat er onduidelijkheid bestaat over de naam en geboortedatum van eiser en dat het ontbreken van een geldig Iraaks paspoort niet is onderbouwd met voldoende bewijsstukken. De door eiser ingediende documenten en verklaringen zijn niet toereikend en de stelling dat hij een politiek vluchteling is, is niet nader onderbouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het naturalisatieverzoek afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.