ECLI:NL:RVS:2016:3501
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens ontbreken identiteitsbewijs en onvoldoende bewijs van bewijsnood
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat appellant geen geboorteakte of identiteitsbewijs (taskera) heeft overgelegd, waardoor zijn identiteit niet kon worden vastgesteld. Appellant stelde dat hij als Sikh in Afghanistan geen toegang heeft tot overheidsdiensten en daarom niet in staat was de vereiste documenten te verkrijgen. Hij verwees naar een UNHCR-rapport en een artikel waarin de minister toezegt vreemdelingen te helpen bij het verkrijgen van documenten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet voldoende heeft aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert, omdat hij niet heeft laten zien dat hij al het mogelijke heeft gedaan om een taskera te verkrijgen. Er was geen bewijs van een weigering door de Afghaanse autoriteiten en appellant had geen navraag gedaan naar de voortgang van zijn verzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling benadrukte dat het aan appellant is om te voldoen aan de eisen van artikel 31 van Pro het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap, waaronder het overleggen van de juiste documenten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om Nederlanderschap afgewezen wegens het ontbreken van een identiteitsbewijs en onvoldoende bewijs van bewijsnood.