Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 16 augustus 2022, met bijlagen;
- het antwoord, met een bijlage;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eiser was bij verstek veroordeeld tot betaling aan KPN, maar dit verstekvonnis werd later vernietigd. KPN had executoriaal derdenbeslag gelegd onder de werkgever van eiser, waarbij bedragen werden geïnd en aan KPN werden betaald. Daarnaast legde een tweede beslaglegger, namens DUO, ook beslag onder dezelfde werkgever.
Na vernietiging van het verstekvonnis vorderde eiser terugbetaling van de geïnde bedragen, stellende dat deze onverschuldigd waren betaald. KPN verweerde zich met het argument dat het cumulatief derdenbeslag van toepassing was en dat de gelden volgens artikel 478 lid 1 en Pro 3 Rv aan de tweede beslaglegger moesten worden afgedragen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van eiser moet worden afgewezen omdat de afgedragen gelden niet onverschuldigd zijn betaald, maar toekomen aan de tweede beslaglegger. De proceskosten worden aan eiser opgelegd en de veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 973,41 wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.