De zaak betreft een beroep van eiser tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en de daarbij opgelegde aanmaningskosten door de gemeente Rotterdam. Op 12 oktober 2020 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van eiser zonder betaling geparkeerd stond. Vervolgens werd op 22 oktober 2020 een naheffingsaanslag opgelegd en op 15 december 2020 een aanmaning verzonden wegens het niet voldoen van deze aanslag.
Eiser betwistte de aanmaningskosten en stelde dat hij niet was aangemeld bij MijnOverheid en dat de aanslag en aanmaning hem niet digitaal hadden bereikt. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser was aangemeld bij MijnOverheid en dat de berichten daar waren geplaatst. Het ontbreken van notificaties is voor risico van eiser, omdat alleen hij die kan aanzetten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de onzekerheid over een klein bedrag geen substantiële psychische schade oplevert. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.