ECLI:NL:RBROT:2023:1446
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing schulden inrichtingskosten zonder zeer dringende redenen
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtings- en stofferingskosten die reeds door familieleden waren voldaan, waardoor het verzoek feitelijk neerkwam op aflossing van schulden. Het college wees de aanvraag af op grond van artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet, omdat eiseres vanaf het ontstaan van de schuld beschikte over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, namelijk een AOW-uitkering.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij leningen had moeten aangaan en onvoldoende inkomsten had om de noodzakelijke kosten te dragen, en dat sprake was van zeer dringende redenen vanwege haar medische klachten en financiële zorgen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de uitzonderingsgrond van artikel 49 lid 1 onder Pro b Pw toe te passen, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar situatie alleen door bijstandverlening kan worden verholpen.
De rechtbank concludeerde dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen vergoeding van het griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van Spengen op 23 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.