ECLI:NL:RBROT:2023:13067
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering op grond van polisadministratie loonopgave
Eiser ontving vanaf juli 2021 een WW-uitkering en ging in juni 2022 werken. Verweerder herzag de uitkering over juni 2022 omdat eiser inkomsten had ontvangen, wat leidde tot een terugvordering van € 902,77 bruto. Eiser stelde dat hij in juni geen inkomsten had ontvangen en dat de terugvordering onterecht was omdat het salaris pas in juli werd uitbetaald.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever het SV-loon over juni 2022 correct had opgegeven aan de Belastingdienst en dat deze gegevens in de polisadministratie van Suwinet zijn vastgelegd. De latere betaling in juli met de omschrijving 'salaris juli' verandert hier niets aan. Verweerder mocht daarom uitgaan van de loonopgave in de polisadministratie.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en verklaarde het bezwaar ongegrond. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Ook werd het verzoek om vergoeding van wettelijke rente afgewezen. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout en op 11 juli 2023 in het openbaar uitgesproken. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van € 902,77 bruto over juni 2022.