Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam 1], eiser,
Inleiding
De gemachtigde van eiser heeft deelgenomen via een Teams-verbinding.
Rechtbank Rotterdam
Eiser, werkzaam als kok, heeft zich ziek gemeld op 1 november 2018 en heeft op 20 juli 2020 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV kende hem met besluiten van oktober en november 2020 een gedeeltelijke WGA-uitkering en een toeslag toe. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna een heroverweging plaatsvond waarbij het UWV het besluit handhaafde.
In beroep betwist eiser de hoogte van het maatmaninkomen en het dagloon, stellende dat het loon volgens de toepasselijke cao en een werkweek van 46,5 uur had moeten worden vastgesteld. Hij overlegt een beschikking van het Gerechtshof Den Haag ter onderbouwing. Het UWV stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op een hoger loon en dat hij de werkgever niet heeft gemaand het cao-loon te betalen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de polisadministratie en dat eiser niet heeft aangetoond dat hij de werkgever tijdens het refertejaar heeft gemaand het cao-loon te betalen, zoals vereist op grond van het Schattingsbesluit en het Dagloonbesluit. De beschikking van het Gerechtshof Den Haag betreft een andere context en leidt niet tot een ander oordeel.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout op 11 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot toekenning van de WIA-uitkering en toeslag wordt gehandhaafd.