ECLI:NL:RBROT:2023:12530
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatie kinderopvangtoeslag en immateriële schadevergoeding onder Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin de compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2013 werd vastgesteld op €105.401,-. Zij betwist de wijze van berekening van de immateriële schadevergoeding en de aftrek van niet betaalde schuld uit een Wsnp-traject.
De rechtbank oordeelt dat de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) van toepassing is, ook al was deze wet nog niet in werking ten tijde van het primaire besluit. De rechtbank volgt de door eiseres voorgestane berekeningsmethode van immateriële schadevergoeding per toeslagjaar niet, omdat artikel 2.3, vierde lid, Wht een forfaitaire vergoeding van €500 per half jaar voorschrijft, ongeacht het aantal jaren.
Verder is de aftrek van niet betaalde schuld uit het Wsnp-traject conform artikel 2.3, eerste lid, onder a, Wht gerechtvaardigd om dubbele compensatie te voorkomen. De rechtbank wijst erop dat eiseres een verzoek om aanvullende compensatie kan indienen bij de Commissie Werkelijke Schade als zij meent dat haar schade hoger is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde compensatie wordt ongegrond verklaard en de compensatie blijft ongewijzigd.