Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de beschikking van 16 mei 2023;
- het aanvullende verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op
- het bericht van de vrouw van 31 juli 2023;
- het bericht van de man van 1 augustus 2023;
- het bericht met bijlagen van de man van 1 augustus 2023 ;
- het verweer van de vrouw op de aanvullende verzoeken van de man tevens inhoudende zelfstandige verzoeken van de vrouw, ingekomen op 4 augustus 2023;
- het bericht van de vrouw van 7 augustus 2023, tevens inhoudende een voorwaardelijk zelfstandig verzoek.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam 3].
2.De beoordeling
€ 500,- althans een door u rechtbank te bepalen dwangsom, voor elke dag dat de vrouw het verbod overtreedt dan wel dat zij het gebod niet nakomt onder A en/of B en/of C;
Primair:
Primair:
- de vrouw te veroordelen de man te vergoeden de door hem gemaakte kosten in het kader van de zorgregeling in de zomervakantie 2023 door betaling van € 3.763,98 door de vrouw aan de man binnen twee weken na betekening aan de vrouw van de in dezen te wijzen beschikking, bij gebreke waarvan de vrouw de wettelijke handelsrente is verschuldigd over het verschuldigde bedrag en tevens een aan de man te betalen dwangsom verbeurt van € 500,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor elke dag dat de vrouw haar betalingsverplichtingen jegens de man niet nakomt;
- met veroordeling van de vrouw in de door de man gemaakte onnodige extra proceskosten, te weten advocaatkosten in redelijkheid te begroten op € 5.000,-.
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn;
- een zorgregeling tussen de minderjarige en de man vast te stellen, inhoudende dat:
- voorwaardelijk, namelijk voor het geval het verzoek om terugverhuizen van de man wordt toegewezen, te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de voormalige gezamenlijke woning gelegen aan de Joop den Uylstraat 45 te Dordrecht en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden, behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw, en onder de bepaling dat de man de aanwezige microfoons en camera’s dient te verwijderen voorafgaand aan het moment dat de vrouw haar intrek in de woning neemt;
- voorwaardelijk, voor het geval de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de man wordt bepaald, een zorgregeling vast te stellen waarbij de minderjarige bij de vrouw verblijft gedurende drie weekenden per maand en minstens de helft van de schoolvakanties en alle officiële feestdagen;
- voorwaardelijk, voor het geval de rechtbank het verzoek van de man over de terugverhuizing toewijst, te bepalen dat de vrouw vervangende toestemming verkrijgt om met de minderjarige naar Frankrijk te verhuizen.
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving.
3.De beslissing
- zolang de vrouw in Frankrijk woont verblijft de minderjarige de helft van de schoolvakanties en alle officiële feestdagen bij de vrouw;
- de vrouw en de minderjarige zullen drie keer per week beeldbellen; partijen zullen daarin de behoefte van de minderjarige volgen en dit in overleg met de hulpverlening verder invullen;
- als de vrouw in Nederland woont zal de minderjarige bij de vrouw zijn: