Eiseres, exploitant van een paramedische praktijk, kreeg een aanslag bedrijfsreinigingsrecht opgelegd voor 2021. Verweerder verklaarde het bezwaar onontvankelijk wegens vermeende termijnoverschrijding, maar vernietigde ook de aanslag op basis van een contract met een erkende afvalinzamelaar. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en vernietigt het bestreden besluit.
De rechtbank behandelt de zaak inhoudelijk en herroept de aanslag zelf. De hoorplicht is niet geschonden omdat verweerder het bezwaar volledig heeft gehonoreerd door de aanslag te vernietigen. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de rechtsbijstand werd verleend door de echtgenoot van eiseres, met wie zij een gemeenschappelijk huishouden voert, waardoor geen sprake is van zakelijke beroepsmatige rechtsbijstand.
Verzoeken om (immateriële) schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur en overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen. De rechtbank stelt dat de onrechtmatigheid van het besluit vaststaat door vernietiging, maar eiseres heeft onvoldoende schade gesteld en geen recht op immateriële schadevergoeding. De redelijke termijn is niet overschreden omdat de aanslag op 15 februari 2022 werd vernietigd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept de aanslag, wijst proceskosten- en schadevergoedingsverzoeken af en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht vergoedt.