Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 (met uitzondering van het derde gedachtestreepje), 2, 3 en 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie
5..Waardering van het bewijs
Overwegingen vooraf
Het lenen en uitlenen van gelden, al of niet onder hypothecair verband, het financieren van andere onderneming alsmede het zich als borg of medeschuldenaar sterk maken voor schulden van derden.” [14] De rechtbank leest deze toegevoegde zin in samenhang met het eerste lid en niet als autonoom statutair doel. Met andere woorden: leningen, financieringen en borgstellingen werden slechts mogelijk gemaakt voor zover deze binnen het in het eerste lid omschreven statutaire doel vallen.
Afzonderlijke betalingen: feit 2
Afzonderlijke betalingen: feit 4
.Maar dit alles had wel tot gevolg dat een ontoelaatbare vermenging van de belangen van [stichting01] en de privébelangen van de bestuurders optrad. Het bestaan van een ‘rekening-courant bestuurders’ lijkt een factor te zijn geweest die de drempel voor vermenging van de privéuitgaven met het stichtingsvermogen heeft verlaagd. Daarmee zijn de bestuurders op een hellend vlak terecht gekomen, waarvan de stichting nadeel heeft ondervonden. Het hiervoor beschreven patroon van schuiven met gelden, het nogal ruimhartige gebruik van de figuur van de rekening-courant gedurende langere tijd, maakt duidelijk dat zij zich dit moeten hebben gerealiseerd, waarmee het voorwaardelijk opzet is gegeven. Dit ging nog door ook nadat de verdachten de gedachte omarmden om de activiteiten van de stichting in een andersoortige rechtspersoon onder te brengen, welke omzetting naar [bedrijf06] uiteindelijk op 1 januari 2017 plaatsvond. [30]
Bernardellien
6..Strafbaarheid feiten
7..Strafbaarheid verdachte
8..Motivering straffen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzijde rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
174 (honderdvierenzeventig) urente verrichten taakstraf resteert;
87 (zevenentachtig) dagen.