ECLI:NL:RBROT:2022:7412
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok deze bijstand in over de periode van 1 november 2019 tot 1 november 2020 en vorderde een bedrag terug wegens vermeende schending van de inlichtingenplicht.
Verweerder baseerde dit op het feit dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag, mede gelet op geringe uitgaven op bankafschriften en frequente reisbewegingen tussen Rotterdam en Capelle aan den IJssel. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij een minimalistische leefstijl hanteert en zijn geloofsbeoefening de reizen verklaart.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie van eiser en onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring van eiser niet aannemelijk was. Het bestreden besluit was daardoor onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb.
De rechtbank stelde het college in de gelegenheid het gebrek binnen zes weken te herstellen met een aanvullende motivering of een nieuwe beslissing op bezwaar. Tot die tijd werd iedere verdere beslissing aangehouden. Het geding werd beperkt tot de reeds besproken beroepsgronden.
Uitkomst: Het bestreden besluit is onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, het college krijgt zes weken om het gebrek te herstellen.