ECLI:NL:RBROT:2022:7250
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie verstekvonnis ontruiming bedrijfsruimte tot uitspraak verzetprocedure
In deze zaak vordert eiser schorsing van de executie van een verstekvonnis dat hem veroordeelt tot ontruiming van een bedrijfsruimte. Eiser huurt deze ruimte voor zijn klusbedrijf en stelt dat ontruiming grote financiële gevolgen heeft, onder meer doordat hij een groot project heeft aangenomen en investeringen in het gehuurde heeft gedaan.
De kantonrechter overweegt dat het spoedeisend belang bij executiegeschillen gegeven is en dat de belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van eiser om het gehuurde te behouden en het belang van gedaagde bij ontruiming. De kantonrechter past hierbij niet de toets van het arrest Ritzen/Hoekstra toe, omdat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is zonder motivering.
Eiser heeft zijn belang voldoende onderbouwd, terwijl gedaagde slechts stelt dat eiser een andere bedrijfsruimte kan zoeken en geen concreet belang bij onmiddellijke ontruiming heeft. De belangenafweging valt daarom in het voordeel van eiser uit. De executie van het verstekvonnis wordt geschorst totdat in de verzetprocedure is beslist. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het verstekvonnis tot ontruiming wordt geschorst totdat in de verzetprocedure is beslist.