ECLI:NL:RBROT:2022:4766
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking Nederlanderschap wegens plegen terroristisch misdrijf bevestigd
Eiser, genaturaliseerd Nederlander met dubbele nationaliteit, werd onherroepelijk veroordeeld voor medeplegen van deelname aan een terroristische organisatie. De staatssecretaris trok daarop het Nederlanderschap in, wat eiser aanvocht met beroep tegen het bestreden besluit.
De rechtbank overwoog dat intrekking van het Nederlanderschap een bestuursrechtelijke maatregel is, geen straf, en dat de wet een evenredigheidsbeoordeling vereist. De rechtbank verwierp het betoog van eiser over discriminatie en dubbele bestraffing, verwijzend naar jurisprudentie en verdragsrecht.
Verder oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris de belangen van eiser voldoende heeft afgewogen, waaronder zijn langdurige Nederlandse nationaliteit en familiebanden, en dat de ernst van het terroristische misdrijf zwaarder weegt. Verblijfsrechtelijke gevolgen en artikel 8 EVRM Pro konden in deze procedure niet worden beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap wegens een terroristisch misdrijf wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.