ECLI:NL:RBROT:2022:3641
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens overtreding Huisvestingswet en beperkte verwijtbaarheid
Eiser, eigenaar en verhuurder van een woning, kreeg een boete van € 2.000 opgelegd wegens het laten bewonen van de woning door personen zonder huisvestingsvergunning. Na bezwaar handhaafde verweerder de boete, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de inspecteur woningtoezicht niet expliciet toezegde dat geen vergunning nodig was. Wel is vastgesteld dat eiser de Huisvestingswet en lokale verordening heeft overtreden door woonruimte te verhuren aan personen zonder vergunning.
De rechtbank constateert verminderde verwijtbaarheid omdat eiser geen professionele verhuurder is, een tussenpersoon inschakelde, en na constatering van overtredingen adequaat handelde. Ook is de overtreding van beperkte ernst omdat vergunningen achteraf zijn verleend en de overtreding slechts enkele maanden duurde.
Gelet op deze bijzondere omstandigheden matigt de rechtbank de boete tot € 750. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van € 2.000 naar € 750 wegens verminderde verwijtbaarheid en beperkte ernst van de overtreding.