ECLI:NL:RVS:2015:3457
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks matigingsverzoeken
De zaak betreft een boete opgelegd aan appellant wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De minister legde aanvankelijk een boete van € 12.000,- op, die na bezwaar werd gematigd tot € 6.000,-. De rechtbank stelde de boete vervolgens vast op € 2.000,- en vernietigde het eerdere besluit. Zowel de minister als appellant gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht de boete matigde tot € 6.000,- gelet op de financiële draagkracht van appellant, maar dat de rechtbank terecht de boete verder matigde tot € 2.000,- vanwege de omstandigheden van de overtreding. De Raad wijst het betoog van appellant af dat de boete geheel had moeten vervallen omdat opzet ontbreekt, aangezien verwijtbaarheid bij bewezen overtreding in principe wordt aangenomen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. De boete blijft dus gehandhaafd op € 2.000,-.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van € 2.000,- en wijst het hoger beroep van de minister en het incidenteel hoger beroep van appellant af.