ECLI:NL:RVS:2019:1838
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving zonder omgevingsvergunning op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn legde op 18 juli 2017 een dwangsom op aan [wederpartij] om bouwwerken zonder vergunning op haar perceel te verwijderen. [wederpartij] voerde aan dat zij op basis van informatie van de gemeente mocht vertrouwen op het overgangsrecht en dat handhaving onevenredig zou zijn. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het vertrouwensbeginsel van toepassing kon zijn en gaf het college opdracht nader onderzoek te doen naar verbouwingen en mogelijke handhaving met compensatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State herzag dit oordeel. Zij concludeerde dat hoewel sprake was van een standpuntbepaling omtrent het overgangsrecht, deze toezegging niet aan het college kon worden toegerekend omdat deze door baliemedewerkers was gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. Tevens oordeelde de Afdeling dat het college niet zonder nader onderzoek mocht handhaven zonder te bekijken of gedeeltelijke vergunningverlening mogelijk was.
Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden, en het besluit van 7 augustus 2018 vernietigd. Het college moet een nieuw besluit nemen waarin wordt onderzocht in hoeverre vergunningverlening voor een deel van de bouwwerken mogelijk is. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is ongegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen over vergunningverlening voor een deel van de bouwwerken.