ECLI:NL:RBROT:2022:36
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen beslag op AOW-pensioen en uitvoering door SVB
Eiser maakte bezwaar tegen de inhoudelijke afwijzing van een eerste uitkeringsspecificatie waarbij een bedrag in verband met een beslag op zijn AOW-pensioen was ingehouden. Het beslag was in 2012 door het UWV gelegd en door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) uitgevoerd. De rechtbank overwoog dat hoewel het bezwaar formeel te laat was ingediend, het beroep ontvankelijk is omdat het bestuursorgaan toch een inhoudelijk besluit heeft genomen.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van de geldigheid van het beslag niet aan de SVB of de bestuursrechter toekomt, maar aan de burgerlijke rechter. De toetsing van de bestuursrechter beperkt zich tot de vraag of de SVB binnen het kader van het gelegde beslag is gebleven bij het nemen van de betalingsbeslissing.
Eiser had geen concreet bewijs geleverd dat de SVB buiten dit kader was getreden. Ook was eiser vooraf door de SVB geïnformeerd over het beslag. De stelling dat de SVB het beslag niet had moeten uitvoeren omdat het onjuist was, werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen het beslag op het AOW-pensioen is ongegrond verklaard.