ECLI:NL:RBROT:2022:2361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring ondanks woonproblemen bij ouders
Eiseres woont met haar twee kinderen bij haar ouders vanwege gebrek aan zelfstandige woonruimte en vroeg een urgentieverklaring aan. Deze werd door verweerder geweigerd omdat haar situatie niet voldoet aan de in de Verordening Woonruimtebemiddeling opgenomen urgentiegronden en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Eiseres betoogde dat de afwijzing onredelijk belastend is en dat zij en haar kinderen recht hebben op een toereikende levensstandaard op grond van internationale verdragen en de Grondwet. De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangen van de kinderen heeft betrokken en dat het niet toekennen van urgentie het gezinsleven niet onmogelijk maakt.
De rechtbank concludeerde dat de Huisvestingsverordening niet in strijd is met hogere regelgeving en dat de criteria voor urgentie binnen de wettelijke kaders vallen. De hardheidsclausule werd terughoudend beoordeeld en niet toegepast omdat de situatie niet schrijnend genoeg is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de urgentieverklaring wordt geweigerd.