ECLI:NL:RBROT:2022:2260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring en niet-toepassing hardheidsclausule in huisvestingszaak
Eiser vroeg een urgentieverklaring aan omdat hij dreigde dakloos te raken nadat de hoofdbewoner van zijn huidige woning het huis wilde verkopen. Verweerder wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, met als motief dat eisers situatie niet voldeed aan de criteria voor urgentie en geen aanleiding gaf voor toepassing van de hardheidsclausule.
Eiser voerde aan dat het weigeren van de urgentieverklaring zijn omgang met zijn zoon ernstig belemmert en dat de Huisvestingsverordening strijdig is met hogere regelgeving en internationale verdragen. Tevens stelde hij dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege zijn schrijnende situatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de zoon en dat het besluit voldoende is gemotiveerd. De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de motivering van de Huisvestingsverordening en stelde dat internationale verdragen geen directe rechten aan eiser toekennen in deze context. De hardheidsclausule werd terughoudend beoordeeld en niet toegepast omdat de situatie niet schrijnend genoeg was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de hardheidsclausule wordt niet toegepast.